Geniet van de natuur als een wandeling in de wolken



Projecten

2008-11-26 Studiedag Oude boskernen en autochtone bomen en struiken

Betreft                            :  Studiedag Oude boskernen en autochtone bomen en struiken
                                                  Een onvervangbaar Brabants erfgoed.
Datum / Plaats                    :  Woensdag 26 november 2008 te Oirschot
Organisatie                          :  Brabantse Milieufederatie, Dagvoorzitter  Ger van de Oetelaar,
                                                   wethouder van Boxtel, adviesbureaus Maes en van Loon. 
Aanw. vanuit het  B-team :  Dre van Hal, Bert Klerks, Wim Schoenmakers, Gerien de Zeeuw
DOEL STUDIEDAG
                        
1. Bekendheid geven aan het belang en voorkomen van autochtone bomen en struiken
2. Presentaties van de resultaten van de inventarisaties van oude boskernen en autochtone bomen en
    struiken in de regio’s De Meierij, Kempenland, Boven-Dommel en De Peel.
3. Behoud van autochtone genenbronnen door het voeren van juist beheer en het opkweken van
    plantmateriaal afkomstig van autochtone genenbronnen.
4. Schakels leggen tussen dit onderzoek (inventarisatie), teelt van autochtoon plantmateriaal en het
    aanplanten van autochtone bomen en struiken bij ruimtelijke plannen (bijv. ecologische verbindings-
    zones, dorps- en stadsontwikkeling, landbouwontwikkelingsgebieden.
5. Bekendheid geven aan de mogelijkheden die het “Deltaplan voor het Landschap”kan bieden met
    betrekking tot aanleg en behoud van autochtone bomen en struiken.
MANIFEST:    Behoud en ontwikkeling van autochtone bomen en struiken in Brabant.
Autochtone bomen en struiken vormen een belangrijk deel van de biodiversiteit en ecologische waarde van onze landschappen en natuurgebieden. Ze zijn de dragers van ons natuurlijk erfgoed en komen voor in oude bossen, heggen en houtwallen. 
Door hun lange voorgeschiedenis en genetische selectie vanaf de laatste IJstijd, zijn ze niet alleen ecologisch van betekenis, maar ook als genenbron.
Daarnaast zijn autochtone bomen en struiken van cultuurhistorische waarde: het gaat om de oudste groenstructuren met bomen en struiken die in de Provincie bewaard zijn gebleven.
Vooral in de afgelopen eeuw zijn deze genenbronnen in aantal sterk achteruitgegaan, onder druk van de schaalvergroting in het landschap en milieuproblemen.
Uit onderzoek door Ecologisch Adviesbureau Maes (Utrecht) en Ecologisch Adviesbureau Van Loon (Berg en Dal) blijkt dat minder dan 5% van de landschappelijke beplantingen in Nederland nog autochtoon is. Het merendeel van de soorten is bedreigd in hun voortbestaan.
De teloorgang van autochtone bomen en struiken kan met succes worden tegengegaan. Dan moet bij het beheer van groen rekening worden gehouden met de aanwezigheid van inheemse soorten.
Daarnaast kunnen autochtone bomen en struiken worden aangeplant.
De ontdekte autochtone populaties kunnen gebruikt gaan worden voor stek- en zaadoogst ten behoeve van het opkweken van nieuw bos- en haagplantsoen.
Een eerste oogst- en kweekprogramma is reeds uitgevoerd, zodat thans (plantseizoen 2008 – 2009) autochtoon plantmateriaal beschikbaar is voor toepassing in landinrichtingsprojecten en bij de aankleding van stad en platteland, zoals laanbeplantingen, houtwallen, groenvoorzieningen, stadsparken en ecologische verbindingszones.
Door de deelnemers aan het symposium is op 26 november te Oirschot het volgende manifest ondertekend:
 Overwegende:
1. dat oude landschapselementen (oude boskernen, houtwallen, singels en heggen) in Noord-Brabant
    van grote betekenis zijn voor het Brabantse cultuurerfgoed, als oorspronkelijke inheemse genen-
    bronnen en voor de beleving van onze woonomgeving;
2. dat oude landschapselementen inmiddels tot de grote zeldzaamheden behoren van ons landschap;
3. dat oude landschapselementen en autochtone bomen en struiken een belangrijke bijdrage leveren
    aan de biodiversiteit;
4. dat autochtone bomen en struiken beter bestand zijn tegen ziekten;
5. dat kennis van de aard en ligging van oude landschapselementen beschikbaar moet zijn c.q. komen
    ten behoeve van op duurzaamheid gericht beleid en uitvoering van plannen.
Spreken de deelnemers aan het symposium de intentie uit dat:
1. oude landschapselementen zoveel mogelijk worden gehandhaafd en waar nodig worden hersteld;
2. oude landschapselementen bij de inrichting van (nieuwe) woonwijken, industrieterreinen en land-
    schappelijke inrichtingen zo mogelijk worden gespaard en ingepast.
3. informatie over waardevolle beplantingen opgenomen wordt in de basisinformatie van nieuwe
    ruimtelijke plannen, zodat deze standaard wordt meegewogen in de besluitvorming.
4. bij nieuwe aanplant in oude landschapselementen en de omgeving daarvan autochtoon plantgoed of 
    cultuurhistorisch plantgoed wordt toegepast;
5. overheidsinstanties (RWS, DLG, provincie Noord-Brabant, gemeenten, waterschappen) en natuur-
    beherende instanties (Brabants Landschap, Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer) hierin een
    voorbeeldfunctie gaan vervullen.
  
ONTVANGEN DOCUMENTATIE:
* Rapport Oude Boskernen in Midden- en Oost-Brabant , door Ecologisch Adviesbureaus Van Loon,
   en Maes. In opdracht van de Brabantse Milieu Federatie, Tilburg. Januari 2008
* Rapport Oude boskernen in Het Groene Woud, door ecologisch adviesbureau Maes in opdracht van 
   Natuurwerkgroep Liempde en Stichting Natuurprojecten Liempde
Wim Schoenmakers, 30 november 2008