Geniet van de natuur als een wandeling in de wolken



Projecten

2009-01 Inheems of autochtoon?

Inheems of autochtoon?

Door Wim Schoenmakers
In het woordenboek van van Dale staan de volgende omschrijvingen voor inheems en autochtoon:
Inheems     : in het land zelf thuis horend, niet van elders ingevoerd.
Autochtoon: oorspronkelijk in een bepaald gebied thuishorend.
Autochtoon zijn de bomen en struiken die zich hier na de laatste ijs- tijd, (zo’n 13.000 jaar geleden) , spontaan hebben gevestigd, en zich ter plekke altijd natuurlijk hebben verjongd, of die zijn verjongd met uitsluitend lokaal plantmateriaal.
Deze soorten dragen belangrijke genetische eigenschappen in zich waardoor ze veranderingen in klimaat of milieu beter  kunnen over- leven, en ook beter bestand zijn tegen ziekten.
Ze vormen een belangrijk deel van de biodiversiteit en ecologische waarde van onze landschappen en natuurgebieden.

Eikestoof in de Loonse en Drunense DuinenEikestoof in de Loonse en Drunense Duinen
Zo is bijvoorbeeld de autochtone Fladderiep, die in ons land nog maar sporadisch voor komt, een iepensoort die geen last heeft van de iepziekte die zoveel schade aanricht. De bast van de Fladderiep wordt niet gegeten door de iepenspintkever die de besmettelijke schimmels verspreiden.
Autochtone meidoorns zijn vermoedelijk minder vatbaar voor ziekten als bacterievuur.
Veel plantmateriaal wordt opgekweekt uit relatief goedkoop zaad dat wordt geïmporteerd uit Zuid- en Oost- Europa. Het gaat dan wel om soorten die ook bij ons van nature voorkomen, maar het import mate- riaal heeft andere erfelijke eigenschappen en is daardoor minder aangepast aan de klimatologische omstandigheden van het West-Europese laagland waartoe Nederland behoort.
Op verschillende plaatsen zijn bijvoorbeeld veldesdoorns, sleedoorns en meidoorns te vinden van mediterrane herkomst, met vitaliteitsproblemen.
Zaden die afkomstig zijn uit warmere landen leveren plantmateriaal dat meestal vroeger in bloei zal komen. De insecten in ons land zijn hier echter niet op geprogrammeerd.   
Volgens bioloog Bert Maes komen er in Noord Brabant van oudsher  73 inheemse soorten bomen en struiken voor. Hiervan is 15% uitgestorven en 60% uiterst of zeer zeldzaam geworden.
Tegenwoordig zijn autochtone bomen en struiken nog voornamelijk te vinden op oude bosplaatsen, in houtwallen, singels, heggen en aan de oevers van niet vergraven beken.

VlechthegVlechtheg
Vlechtheg
De ecologische adviesbureaus Van Loon en Maes hebben in opdracht van de Brabantse Milieu Federatie een onderzoek gedaan naar oude boskernen en autochtone bomen en struiken in Midden- en Oost- Brabant, en deze in kaart gebracht. 
Het ecologisch adviesbureau Maes heeft in opdracht van Natuurwerkgroep Liempde en Stichting Natuurprojecten Liempde de autochtone genenbronnen van bomen en struiken in Het Groene Woud aangegeven.
Beide rapporten zijn uitgebracht in januari 2008, en vormen tevens de bron van dit verhaal.
Door schaalvergroting in de landbouw, uitbreiding van steden en dorpen en wegenaanleg gaan er helaas nog steeds veel authentieke groeiplaatsen van autochtone bomen en struiken verloren.
Het is van wezenlijk belang  dat de overheid en natuurbeheerders bij het beheer van groen rekening houden met de aanwezigheid van autochtone bomen en struiken.
Het heeft ook de voorkeur om bij landinrichtingsprojecten en bij de aankleding van stad en platteland, zoals laanbeplantingen, houtwallen, groenvoorzieningen, parken en ecologische verbindingszones, te kiezen voor autochtoon plantmateriaal.
Gelukkig zijn er al kwekers, die gecertificeerd zijn voor de levering van waardevol autochtoon plantmateriaal!!